
"Delftsche
Donderslag",
onder
welke
goed in
het
gehoor
liggende
naam de
ramp
bekend
staat
die
Delft
trof in
1654.
Het
midden
in de
stad
gelegen
Kruithuis
van
Holland
90.000
pond
buskruit
ontplofte
met een
knal die
volgens
schriftelijke
overlevering
tot in
Den
Helder
hoorbaar
is
geweest.
Het was
om de
geschiedschrijver
te
citeren
" zoo
een
gruwelijk
gedruys
en
geweld
dat het
uitspanzel
des
hemels
scheen
te
kraken
en te
bersten".
De
gevolgen
waren
verschrikkelijk.
De halve
stad was
verwoest
en waar
"de
hoofden
van de
lichamen
der
menschen
wierden
afgeknoft"
De
Delftse
donderslag
was een
ramp
die
plaatsvond
op
12
oktober
1654.
Om kwart
over
tien in
de
ochtend
ontplofte
op die
dag een
in het
noordoosten
van de
Delftse
binnenstad
gevestigde
opslagplaats
voor
buskruit.
Historici
gaan
ervan
uit dat
bij de
ramp
minstens
honderd
doden
vielen
en ook
een
dodental
van
'enige
honderden'
wordt
niet
uitgesloten.
Het
precieze
aantal
mensen
dat bij
de ramp
is
omgekomen,
is
echter
nooit
vastgesteld.
Nagenoeg
elk
gebouw
in de
binnenstad
liep
schade
op en
het
gebied
ten
oosten
van de
Verwersdijk
werd
volledig
met de
grond
gelijk
gemaakt.
Het
kruithuis
waar de
ramp
ontstond,
was
sinds
1637
gevestigd
op het
terrein
van het
voormalige
clarissenklooster
aan het
einde
van de
Geerweg.
Onder de
weinigen
die van
het
bestaan
van de,
grotendeels
ondergronds
gelegen,
opslag
op de
hoogte
waren,
stond
deze
bekend
als het
Secreet
van
Holland
(oftewel:
het
Geheim
van
Holland).
In de
jaren
sinds de
vestiging
van dit
Secreet
had de
lakenindustrie
in de
omgeving
van het
terrein
plaatsgemaakt
voor
woningbouw,
voornamelijk
opgetrokken
rond de
verlengde
Doelenstraat.
Onder de
bewoners
van deze
straat
vielen
dan ook
de
meeste
doden,
onder
wie de
schilder
Carel
Fabritius,
wiens
atelier
in de
Doelenstraat
gevestigd
was.
Over de
oorzaak
van de
ramp is
officieel
niet
meer
bekend
dan dat
Cornelis
Soetens,
de
beheerder
van het
kruithuis,
de
opslagruimte
was
ingegaan
om een
monster
buskruit
te
halen.
Het
verhaal
gaat
echter
dat er
enkele
vonken
van zijn
brandende
lantaarn
zijn
overgeslagen
op het
kruit.
Korte
tijd
later
vond een
reeks
zware
ontploffingen
plaats
waarvan
het
geluid
volgens
de
overlevering
tot op
Texel
te horen
was. In
het
kruithuis
lag
90.000
pond
buskruit
opgeslagen.
Bij de
Delftse
donderslag
raakten
minstens
500
huizen
onherstelbaar
beschadigd.
De
directe
omgeving
was
volledig
verwoest.
Ook
vde erderop
gelegen
gebouwen
liepen
zware
schade
op en
waar alle
glas-in-loodramen
van
zowel de
Oude
als de
Nieuwe
Kerk
- die
bij de
beeldenstorm
nog
gespaard
waren
gebleven
- gingen
verloren
en waar
de muren
van de
nieuwe
kerk
onzet
werden.
Deze Delftse
donderslag zoals het genoemd zou worden heeft
in de loop der
eeuwen vele
kunstenaars
geïnspireerd. Zo
is de ramp door
veel schilders
tot onderwerp
van een
schilderij
gekozen, en wat
ook de dichter
en
toneelschrijver
Joost van den
Vondel
inspireerde tot
het maken van
een klaagzang
met de titel "Op
het Onweder van
's Lants
Bussekruit te
Delft".
Mede dankzij een
collecte die in
de steden van
Holland voor de
getroffen
Delftse
bevolking werd
gehouden kon
snel met de
wederopbouw van
het terrein
worden begonnen.
en was de Nieuwe kerk 6 maanden weer te gebruiken
Het totale
project van de wederopbouw nam
enige jaren in
beslag. Op het
grootste deel
van het gebied
werden woningen
gebouwd. De
plaats waar de
Schuttersdoelen
hadden gestaan
werd
vrijgehouden en
heet tot op de
dag van vandaag
Paardenmarkt.
Het nieuwe
kruithuis
werd bijna 2
kilometer buiten
de Delftse
stadsmuren
gevestigd en
waar dit nog
steeds is te
zien en waar nu
de kruithuisweg
langs loopt
( foto onder
)

Dit
nieuwe
kruithuis
werd ver
buiten
de
Delftse
stadsmuren
gevestigd
langs de
Delftche
Schie
ter
hoogte
waar nu
de
kruithuisweg
is te
vinden.